De keuze van de draad/poedercombinatie voor het lassen van ongelegeerd staal.    • De keuze van het meest geschikte laspoeder is afhankelijk van een aantal basisgegevens, zoals dunne of dikke plaat, lassen in één of meer lagen, hoeklas of stompelas, platen met roestwerende primer of schone plaat, voorgeschreven mechanische eigenschappen.   • De draadkeuze is afhankelijk van het te gebruiken laspoeder en wordt verder bepaald door o.a. de lasnaadvorm, de analyse van het moedermateriaal, de oppervlakteconditie van het te lassen materiaal en de vereiste mechanische eigenschappen.  • De keuze van de juiste draad/poedercombinatie is afhankelijk van de vereiste mechanische   eigenschappen.  • Als het lasmetaal moet voldoen aan voorgeschreven mechanische eigenschappen en/of een bepaalde chemische samenstelling moet vooraf een proeflas worden gemaakt, overeenkomend met de naadvorm en de te volgen procedure. 

 

De functie van het laspoeder is te vergelijken met die van de elektrodebekleding bij het handlassen met elektroden. Het verschil is dat het poeder los gestort wordt terwijl de elektrodebekleding vastgebakken zit om de kernaad, maar beide: bepalen de boogstabiliteit;  • Bepalen de maximale lassnelheid.  • Bepalen de maximale lasstroom.  • Beschermen (door slakvorming) druppels en smeltbad tegen de invloed van de lucht.  • Zuiveren het smeltbad.  De overeenkomst tussen poeder en elektrodebekleding strekt zich ook uit tot de nadelen; beiden trekken ze vocht aan, en moeten dus droog worden bewaard! Een laspoeder bestaat in feite uit korrels van ongelijke grootte. Er zijn poeders met veel grote korrels en weinig kleine; deze noemen we grof. Een fijn poeder bevat veel kleine en weinig grote korrels. De korrelgrootte is belangrijk, omdat daardoor de maximale lasstroom bepaald wordt.     Hoofdsoorten:  De op de markt verkrijgbare laspoeders zijn te verdelen in twee hoofdtypen: de smelt- en de agglo poeders. Een mengvorm van die twee is ook mogelijk, maar komt in de praktijk niet veel voor. Smeltpoeders worden vervaardigd door de noodzakelijke grondstoffen bij hoge temperatuur tot smelten te brengen in een zgn. Cupelo-oven (ook wel verbasterd tot ‘koepeloven’). De smelt wordt continu afgetapt, gekoeld, gebroken, gemalen en gezeefd op de gewenste korrelgrootte. Bij het fabriceren van geagglomereerde poeders worden de gemengde stoffen bij relatief lage temperaturen aan elkaar gesinterd. Na verhitting tot onder de zgn. verwerkingstemperatuur ontstaan grove korrels die worden uitgezeefd tot de gewenste korrelgrootte (12x200). Agglopoeders, zoals ze meestal worden genoemd, hebben als gevolg van de geringe verdichting een laag poederverbruik. Bovendien is het mogelijk bepaalde legeringselementen en bepaalde desoxydatiemiddelen aan de overige grondstoffen toe te voegen. Agglopoeders worden toegepast wanneer een extra goede slaklossing vereist wordt (bijvoorbeeld bij hoeklassen of nauwe naden). Ook verdienen ze de voorkeur bij het lassen van staalsoorten waarbij goede mechanische eigenschappen (bijvoorbeeld een hoge kerftaaiheid wordt vereist).    Laspoeder wordt geleverd in plastic zakken, papieren zakken of afgesloten metalen vaten.

Uw winkelwagen

Aantal artikelen: 0 |Totaal € 0

DIRECT AFREKENEN
Op de hoogte blijven?
Volg ons op: